ECLI:NL:GHARN:2002:AO5915
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Smeëing-Van Hees
- Van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek definitieve toepassing schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw handelen
Appellant X verzocht om definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, nadat de rechtbank Almelo dit verzoek had afgewezen. X betwistte de gronden van de rechtbank, waaronder de vrees dat hij zijn verplichtingen niet zou nakomen en dat hij nieuwe schulden zou veroorzaken. Hij verwees naar zijn behandeling bij “De Tender” en zijn bereidheid om parttime te werken.
Het hof oordeelde dat X niet te goeder trouw had gehandeld, omdat hij in de periode 1992-2000 ontucht met minderjarigen had gepleegd, wat leidde tot zijn detentie en het wegvallen van de klandizie van zijn winkel. Hierdoor ontstonden aanzienlijke bedrijfsschulden die hij niet kon voldoen. Het hof stelde vast dat X de risico’s van zijn gedragingen had moeten voorzien en dat deze gedragingen de oorzaak waren van de schulden.
Daarnaast woog het hof mee dat X geen concrete aanwijzingen had geleverd dat hij daadwerkelijk parttime zou gaan werken naast zijn therapie, en dat het therapeutisch advies was om dat niet te doen. Ook had X geen schaderegeling getroffen met een van de slachtoffers, wat een extra reden vormde om het verzoek af te wijzen.
Het hof benadrukte dat het niet gaat om een tweede straf voor het delict, maar dat de maatschappelijke en financiële gevolgen van het strafbare feit meewegen bij de beoordeling van het verzoek tot schuldsanering. Daarom werd het vonnis van de rechtbank Almelo van 23 april 2002 bekrachtigd en het verzoek van X afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt niet toegewezen wegens niet te goeder trouw handelen.