ECLI:NL:GHARN:2003:AF5233
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Smeeïng-Van Hees
- Schuman
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem bevestigt onrechtmatig handelen Rabobank bij kredietbeëindiging Aarding groep
In deze civiele procedure stond de kredietrelatie tussen de Rabobank (Nunspeet en Centrale) en de Aarding groep centraal. De Rabobank had de kredietfaciliteiten aan Aarding ingeperkt en uiteindelijk met onmiddellijke ingang opgezegd, wat leidde tot een geschil over de rechtmatigheid van deze opzegging en de gevolgen daarvan.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de opzegging buitenproportioneel was en dat Rabobank onredelijke druk had uitgeoefend op Aarding. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat Rabobank de contractuele opzeggingstermijn van drie maanden had moeten respecteren en dat de opzegging niet voldeed aan de eisen van redelijkheid en billijkheid. Tevens werd vastgesteld dat Rabobank onrechtmatig had gehandeld door onder meer het opleggen van certificering van aandelen en het bevriezen van betalingen zonder voldoende rechtvaardiging.
Verder oordeelt het hof dat Rabobank en haar onderdelen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die Aarding heeft geleden, inclusief vermogensschade van de grootaandeelhouder door verlies van zeggenschap. De wettelijke rente over de schadeposten wordt toegewezen vanaf het moment dat betaling mogelijk was, met nadere beoordeling in de schadestaatprocedure. De proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Het arrest bevestigt dat banken een bijzondere zorgplicht hebben bij kredietopzeggingen, waarbij proportionaliteit en subsidiariteit moeten worden gewaarborgd. De Rabobank heeft deze zorgplicht geschonden door de kredietrelatie abrupt en onredelijk te beëindigen zonder de kredietnemer voldoende tijd en ruimte te bieden voor herstel of alternatieve financiering.
Uitkomst: Rabobank handelt onrechtmatig door krediet onredelijk op te zeggen en wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.