ECLI:NL:GHARN:2003:AF5679
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- F.J.P.M. Haas
- Van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar naheffingsaanslag loonbelasting na faillissement
Belanghebbende, een besloten vennootschap in staat van faillissement, maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonbelasting over 1995-1996. De curator had binnen de bezwaartermijn geen bezwaar ingediend tegen deze aanslag, maar wel tegen een eerdere aanslag over 1991-1995, welke hij later introk. De inspecteur verklaarde het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend.
Belanghebbende stelde dat haar directeur tijdig mondeling bezwaar had gemaakt tijdens boekenonderzoeken en dat de curator niet als getuige mocht worden gehoord. Het hof oordeelde dat mondelinge opmerkingen tijdens boekenonderzoek geen formeel bezwaar zijn en dat een curator in belastingzaken niet als getuige kan worden gehoord. De curator was zelfstandig bevoegd om bezwaar te maken en in te trekken zonder instemming van de directeur.
Het hof vond geen aanwijzingen voor druk of onrechtmatigheden bij de intrekking van het bezwaar door de curator. Ook was het niet verplicht voor de inspecteur om met de directeur contact op te nemen over het bezwaar. Het latere bezwaar van belanghebbendes gemachtigde werd te laat ingediend. Het hof bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en verwierp het beroep.
De uitspraak benadrukt de zelfstandige rol van de curator in faillissementszaken bij belastingprocedures en de strikte toepassing van termijnen voor bezwaar.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard in het bezwaar tegen de naheffingsaanslag loonbelasting.