ECLI:NL:GHARN:2003:AF8457
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Rijken
- Brussaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van dwangsombeschikking ondanks latere vernietiging milieuvergunning
Appellante exploiteert een varkensbedrijf waarvoor zij een milieuvergunning had ontvangen. Na overtredingen van de vergunningvoorschriften, waaronder het gebruik van niet-vergunde stalruimten, legde de gemeente dwangsommen op. Hoewel de onderliggende milieuvergunning later werd vernietigd door de bestuursrechter, stelde appellante dat daardoor de dwangsommen niet verbeurd konden zijn.
Het hof oordeelt dat het dwangsombesluit formele rechtskracht bezit omdat het door de bestuursrechter is getoetst en in stand is gelaten. De vernietiging van de milieuvergunning heeft terugwerkende kracht, maar het dwangsombesluit is geen rechtsgevolg van die vergunning en blijft daarom geldig. Dit volgt ook uit vergelijkbare jurisprudentie over bouwvergunningen en bestuursdwangbesluiten.
De civiele rechter kan niet de bestuursrechtelijke procedures herzien of een gunstiger oordeel geven. De dwangsommen zijn terecht verbeurd omdat appellante de vergunningvoorschriften heeft overtreden terwijl de vergunning rechtsgeldig in werking was. Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de rechtmatigheid van de invordering van dwangsommen ondanks de latere vernietiging van de milieuvergunning.