ECLI:NL:GHARN:2003:AH9891
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- J.A. Monsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag successierecht en waardering onroerende zaken bij nalatenschap
Aan belanghebbende is een aanslag successierecht opgelegd op basis van de Successiewet 1956. Tegen de correctie op de aangifte en de berekening van het verschuldigde recht is bezwaar gemaakt, waarna gedeeltelijke tegemoetkoming door de inspecteur plaatsvond.
In beroep voerde belanghebbende aan dat de correctie op aangifte moest vervallen en dat de vrijstelling voor een 'twee-relatie' in plaats van een 'meerrelatie' toegepast moest worden. Tevens werd betoogd dat de waardering van de onroerende zaken moest plaatsvinden op basis van de waarde in het economische verkeer bij agrarische bestemming (WEVAB) in plaats van de waarde in het economische verkeer (WEV).
Het hof oordeelde dat de waarderingsgrondslag de WEV is zoals bepaald in artikel 21, eerste lid, Successiewet 1956, en verwierp het standpunt dat de waarde 'going-concern' op de WEVAB moest worden gesteld. Verder stelde het hof vast dat de vrijstelling voor een 'meerrelatie' terecht is toegepast, omdat niet was voldaan aan de voorwaarden voor de 'twee-relatie'. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag successierecht wordt ongegrond verklaard en de waardering en vrijstelling worden bevestigd.