ECLI:NL:GHARN:2003:AN9663
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- F.J.P.M. Haas
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winst uit aanmerkelijk belang en informele kapitaalstorting bij aandelenoverdracht
Belanghebbende voerde beroep aan tegen de aanslag inkomstenbelasting 1998, waarin winst uit aanmerkelijk belang (AB) was vastgesteld. Hij stelde dat hij vanaf 1994 aanzienlijke kosten had gemaakt voor de ontwikkeling van een programma en dat hij de waarde hiervan als informeel kapitaal in de bv had ingebracht. Hierdoor zou de verkrijgingsprijs van zijn aandelen hoger moeten zijn dan het nominale bedrag, wat de winst uit AB zou verminderen.
Het hof overwoog dat belanghebbende geen bewijs had geleverd van deze informele kapitaalstorting. De jaarstukken van de bv toonden geen aanwijzingen voor een dergelijke inbreng, terwijl belanghebbende ook geen winst uit onderneming had aangegeven in de jaren 1997 en 1998. De hogere bedragen die kopers in 1997 en 1998 voor aandelen betaalden, vormden geen bewijs voor de stelling van belanghebbende.
Verder stelde belanghebbende dat de waardedaling van zijn aandelen na verkoop in 1998 als verlies in zijn onderneming moest worden verwerkt. Het hof oordeelde dat dit verlies niet in 1998 kon worden meegenomen vanwege de vaststellingsovereenkomst en dat een eventuele verwerking in 1999 niet in deze procedure aan de orde was.
Het hof bevestigde daarom de aanslag zoals vastgesteld door de Inspecteur en wees het beroep van belanghebbende af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1998 en wijst het beroep van belanghebbende af.