Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARN:2003:AN9791

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
25 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2003/637
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Houtman
  • Rijken
  • Van Amsterdam
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks verwijtbare schulden en eerdere regeling

Van den B had een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend, dat door de rechtbank was afgewezen omdat hij minder dan tien jaar geleden al een schuldsaneringsregeling had gehad en zijn schulden mede waren ontstaan door bovenmatig alcoholgebruik, wat verwijtbaar werd geacht.

In hoger beroep stelde Van den B dat zijn schulden voortkwamen uit een gering inkomen en zijn alcoholgebruik na het overlijden van zijn vrouw. Hij verklaarde sinds een jaar geen alcohol meer te gebruiken en was actief bezig met het aflossen van zijn schulden. Tevens gaf hij aan externe hulp te willen voor zijn financiële situatie.

Het hof oordeelde dat ondanks de verwijtbaarheid van de schulden en de eerdere regeling binnen tien jaar, er bijzondere omstandigheden waren, waaronder zijn leeftijd van 77 jaar, die toelating tot de schuldsaneringsregeling rechtvaardigden. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de regeling van toepassing.

De beslissing werd genomen na een mondelinge behandeling waarbij Van den B werd bijgestaan door een advocaat. Het arrest werd uitgesproken op 25 september 2003 door het Gerechtshof Arnhem.

Uitkomst: Het hof verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op Van den B ondanks verwijtbare schulden en eerdere regeling binnen tien jaar.

Uitspraak

25 september 2003
eerste civiele kamer
rekestnummer 2003/637
G E R E C H T S H O F T E A R N H E M
Arrest
in de zaak van:
Van den B
wonende te Lelystad,
appellant,
procureur: mr. A.O.C.A. van Schravendijk.
1 Het geding in eerste aanleg
Bij vonnis van de rechtbank te Zwolle van 18 augustus 2003 is het verzoek van appellant (hierna te noemen: Van den B) tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.
Het hof verwijst naar voornoemd vonnis, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2 Het geding in hoger beroep
2.1 Bij ter griffie van het hof op 22 augustus 2003 ingekomen verzoekschrift is Van den B in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank te Zwolle van 18 augustus 2003 en heeft hij het hof verzocht alsnog de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren.
2.2 Het hof heeft kennisgenomen van de bij het verzoekschrift behorende stukken.
2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 september 2003, waarbij Van den B is verschenen in persoon, bijgestaan door mr. drs. M.P.J. Appelman, advocaat te Lelystad.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
3.2 Gebleken is dat de wettelijke schuldsaneringsregeling reeds eerder ten aanzien van Van den B van toepassing is geweest, te weten in de periode van 6 maart 2000 tot en met 6 maart 2001. Deze schuldsaneringsregeling is afgesloten met het verlenen van een schone lei. Voor de rechtbank was de omstandigheid dat de schuld-saneringsregeling minder dan tien jaar geleden ten aanzien van Van den B van toepassing is geweest reden om het verzoek van 2 juni 2003 van Van den B tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af te wijzen.
3.3 Uit de door Van den B overgelegde ‘Gegevens voor de afgifte verklaring Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen’ blijkt dat de schuldenlast waarop zijn verzoek van 2 juni 2003 tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling betrekking heeft circa € 7.500,- bedraagt. In hoger beroep heeft Van den B verklaard dat zijn schulden mede zijn ontstaan vanwege zijn geringe inkomen - Van den B ontvangt een AOW-uitkering van ongeveer € 805,- en een pensioen van ongeveer € 44, - - en vanwege zijn bovenmatig alcoholgebruik - één fles sterke drank per dag - na het overlijden van zijn vrouw eind 1998. Naar het oordeel van het hof leidt de omstandigheid dat de schulden van Van den B mede zijn ontstaan vanwege bovenmatig alcoholgebruik ertoe dat deze schulden verwijtbaar zijn ontstaan. Er is echter sprake van omstandigheden op grond waarvan Van den B, ondanks voornoemde verwijtbaarheid en ondanks de omstandigheid dat de schuldsanerings-regeling minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend ten aanzien van hem van toepassing is geweest, dient te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hierbij is eveneens in aanmerking genomen de leeftijd van Van den B van 77 jaar.
3.4 Van den B heeft ter zitting verklaard dat hij sinds één jaar geen alcohol meer gebruikt, hetgeen wordt bevestigd door een ter zitting overgelegde verklaring van zijn zoon C.J.S. Van den B van 15 september 2003. Eveneens heeft Van den B verklaard dat hij reeds bezig is met het aflossen van zijn schulden. In dit kader is volgens Van den B de op de overgelegde ‘Gegevens voor de afgifte verklaring Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen’ voorkomende huurachterstand van € 529,04 inmiddels ingelopen, wordt op de schuld aan Crediam van € 1.103,44 per maand € 70,15 afgelost, bedraagt de belastingschuld in verband met de auto in plaats van € 778,- nu ongeveer € 300,- en wordt op de schulden aan het CJIB afgelost via beslagen op de AOW-uitkering van Van den B. Uit de overgelegde ‘Gegevens voor de afgifte verklaring Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen’ blijkt dat Van den B eveneens € 385,- per maand aflost op de schuld van € 2.310,29 aan KPN Mobile en € 45,51 per maand op de schuld van € 781,90 aan KPN Midden. Ten aanzien van de schuld van € 2.000,- aan Nuon heeft Van den B verklaard dat deze is ontstaan doordat hij sinds zijn verhuizing naar een seniorenwoning steeds rekeningen krijgt voor zowel zijn oude huis als zijn nieuwe huis, ondanks dat hij Nuon een verhuisbericht heeft verstrekt. Daarnaast heeft Van den B in hoger beroep aangegeven dat hij externe hulp nodig heeft met betrekking tot het regelen van zijn financiën en dat hij daarom zowel tijdens als na een eventuele schuldsaneringsregeling onder budgettering wil staan. In dit verband is reeds contact gelegd met Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland.
3.5 Alle vermelde feiten en omstandigheden in onderling verband en in onderlinge samenhang bezien is het hof van oordeel dat het hoger beroep slaagt. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en er zal als volgt worden beslist.
4 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
vernietigt het vonnis van de rechtbank te Zwolle van 18 augustus 2003 en, opnieuw rechtdoende:
verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing ten aanzien van Van den B.
Dit arrest is gewezen door mrs. Houtman, Rijken en Van Amsterdam en in tegen-woordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2003.