ECLI:NL:GHARN:2003:AO1508
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens onjuist inzicht Inspecteur in verlies aanmerkelijk belang
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1999 opgelegd door de Inspecteur. De navordering betrof de verwerking van een verlies uit aanmerkelijk belang, waarbij de Inspecteur het te verrekenen bedrag corrigeerde van ƒ 70.284 naar ƒ 17.571. Belanghebbende stelde dat geen sprake was van een vergissing gelijk aan een typefout en dat de Inspecteur geen nieuw feit had om navordering te rechtvaardigen.
De Inspecteur erkende dat een administratieve medewerker onjuist had gehandeld door een onduidelijke instructie verkeerd toe te passen, maar stelde dat dit een vergissing was die gelijkgesteld kon worden aan een typefout. Tevens voerde hij subsidiair aan dat belanghebbende niet te goeder trouw was omdat hij de fout niet had gemeld.
Het Hof oordeelde dat de fout niet gelijkgesteld kon worden aan een typefout maar het gevolg was van een onjuist inzicht of onduidelijke instructie van de Inspecteur. Hierdoor ontbrak het vereiste nieuwe feit voor navordering. Ook was belanghebbende niet te kwader trouw omdat hij de aangifte correct had gedaan en geen verplichting had om de fout te melden.
Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de navorderingsaanslag en de uitspraak van de Inspecteur, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door mr. J.P.M. Kooijmans op 11 december 2003.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd wegens ontbreken van een nieuw feit en onjuist inzicht van de Inspecteur.