ECLI:NL:GHARN:2003:AO1511
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale loonbelastingheffing bij terugbetaling spaarloon en spaarpremie
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had voor haar directeur-enig aandeelhouder in 1998 een premiespaarregeling en spaarloonregeling getroffen. Na kennisgeving van een voorgenomen naheffingsaanslag loonbelasting over 1998-1999 heeft de directeur in april 2001 de aan hem uitbetaalde spaarloon- en spaarpremiebedragen terugbetaald aan de vennootschap.
De kern van het geschil betrof de vraag of deze terugbetaling ertoe leidt dat de betreffende bedragen niet tot het loon worden gerekend. Het hof stelde vast dat volgens de wettelijke bepalingen (artikel 11 Wet Pro op de loonbelasting 1964 en artikel 23 Uitvoeringsregeling Pro werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen) geen fiscaal gefacilieerde spaarregelingen kunnen worden getroffen voor de directeur-enig aandeelhouder.
Belanghebbende voerde aan dat de terugbetaling ertoe leidt dat de bedragen niet tot het loon behoren, en beriep zich op het vertrouwen op een beleidsmededeling van de Staatssecretaris van Financiën uit 1989. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de beleidsregel alleen ziet op situaties waarin een werknemer ten onrechte loon heeft ontvangen, wat hier niet het geval was. De naheffingsaanslag werd daarom als terecht en correct opgelegd verklaard.
Het hof wees een kostenveroordeling af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting over 1998-1999 is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.