ECLI:NL:GHARN:2003:AO1670
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Houtman
- Rijken
- Van der Kwaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing conservatoir beslag en bankgarantie in kort geding tussen LTO en BZA
In deze zaak staat centraal of de conservatoire beslagen die BZA op 28 maart 2003 ten laste van LTO heeft gelegd, ook zonder bankgarantie hadden moeten worden opgeheven. De voorzieningenrechter had dit ontkennend beantwoord en het hof bekrachtigt dit oordeel. LTO stelde dat de vordering van BZA ondeugdelijk was en dat de beslagen boven het toegestane bedrag waren gelegd, maar het hof vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd.
Het hof overweegt dat de omvang van het beslag niet exact hoeft overeen te komen met de vordering en dat misbruik van bevoegdheid alleen kan worden aangenomen bij concrete omstandigheden die dat aantonen. LTO slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de vordering ondeugdelijk was, mede omdat bewijslevering in kort geding beperkt is. Ook de door LTO gestelde tegenvordering en het vermeende 'kale kip-gehalte' van BZA konden niet meewegen in de belangenafweging.
Verder oordeelt het hof dat BZA moet worden veroordeeld tot het aanleveren van een schriftelijke berekening van de vergoedingen uit het leverancierscontract met Energy XS, onder dwangsom, mits BZA een veroordeling tegen Energy XS verkrijgt en deze ten uitvoer wordt gelegd. De vordering van LTO tot betaling van een voorschot wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang. LTO wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de beslagen niet zonder bankgarantie hoefden te worden opgeheven en veroordeelt BZA tot het aanleveren van een schriftelijke berekening onder dwangsom.