ECLI:NL:HR:2000:AA6341
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- P. Neleman
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over spoedeisend belang en vertegenwoordiging erfgenaam in alimentatiegeschil
De zaak betreft een alimentatiegeschil tussen de vrouw en de man, waarbij de man vorderde dat de vrouw een bedrag terugbetaalt wegens te veel betaalde alimentatie over de periode 1988-1994. De vrouw vorderde in reconventie een bedrag uit hoofde van gedeeltelijke boedelscheiding en haar aandeel in het pensioen van de man. Na het overlijden van de man namen zijn erfgenamen de procedure over.
De President van de Rechtbank wees een vonnis waarbij de vrouw deels werd veroordeeld tot betaling aan de man en vice versa. Het Hof Leeuwarden bekrachtigde dit vonnis, maar de vrouw stelde beroep in cassatie. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had aangenomen dat de erfgenaam zelfstandig bevoegd was de procedure te voeren, omdat de nalatenschap onder bewind was gesteld, waardoor de erfgenaam geen zelfstandige beschikkingsbevoegdheid had.
Voorts was het oordeel van het Hof over het spoedeisend belang ontoereikend gemotiveerd, met name de reden waarom de erfgenaam met spoed over de nalatenschap zou moeten beschikken ondanks de onderbewindstelling. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling.