ECLI:NL:GHARN:2003:AO1823
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Van Wijland-Kalkman
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Geen benadeling faillissementsschuldeisers door zekerheidstelling in kredietverhoging
In deze zaak staat centraal of de toezegging tot zekerheidstelling door [A.] Beheer jegens de bank in de overeenkomst van 5 november 1993 heeft geleid tot benadeling van de andere faillissementsschuldeisers. De bank had het krediet aan het [A.]-concern verhoogd van 8 naar 9 miljoen gulden, waarbij [A.] Beheer zich verbond tot het vestigen van hypotheekrechten op drie onroerende zaken.
De curator stelde dat deze zekerheidstelling onverplicht was en nietig verklaard moest worden op grond van artikel 42 en Pro 43 Faillissementswet (Fw), omdat het zou leiden tot benadeling van andere schuldeisers. Het hof oordeelde dat de zekerheidstelling onverplicht was, maar dat niet is komen vast te staan dat hierdoor andere faillissementsschuldeisers zijn benadeeld. De bank mocht op grond van de oude Algemene Bankvoorwaarden extra zekerheden verlangen voor de nieuwe kredietverhoging.
Het hof onderzocht de hypothetische situatie zonder de zekerheidstelling en concludeerde dat de verhoging van het krediet en de zekerheidstelling noodzakelijk waren voor het verstrekken van het extra krediet. De curator kon niet aantonen dat zonder deze zekerheidstelling het faillissement eerder zou zijn ingetreden of dat de andere schuldeisers daardoor benadeeld zouden zijn. Ook het beroep op onrechtmatige daad faalde, omdat geen schade aan andere schuldeisers was vastgesteld.
Uiteindelijk vernietigde het hof het eerdere vonnis en wees de vorderingen van de curator af, waarbij de kostenveroordelingen werden verdeeld. De zaak werd uitgebreid behandeld met meerdere tussenarresten en nadere bewijslevering, maar de uitkomst bleef dat geen benadeling was aangetoond.
Uitkomst: De vorderingen van de curator worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van benadeling van andere faillissementsschuldeisers.