ECLI:NL:HR:2000:AA6234
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over nietigheid hypotheek bij faillissement wegens pauliana
De curator van het failliete [A] B.V. vorderde vernietiging van hypotheken die de bank had verkregen kort voor het faillissement, stellende dat de bank wist dat het faillissement onafwendbaar was. De rechtbank oordeelde dat de wetenschap van de bank niet gelijkgesteld kon worden met de vereiste kennis dat het faillissement was aangevraagd, en wees de vorderingen af. Het Hof bevestigde dit oordeel en verwierp de vorderingen eveneens, stellende dat de hypotheekverlening een verplichte handeling was en niet vernietigbaar op grond van de Faillissementswet.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof omdat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep van de curator op vernietiging van de overeenkomst van 5 november 1993 niet als een beroep op art. 42 Faillissementswet Pro is aangemerkt. De Hoge Raad benadrukt dat verplichte handelingen in beginsel niet vernietigbaar zijn, maar dat dit niet uitsluit dat eerdere rechtshandelingen vernietigbaar kunnen zijn.
De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beoordeling, waarbij onder meer de vraag of de curator aanspraak kan maken op vernietiging van de hypotheken opnieuw moet worden onderzocht. De bank wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het Gerechtshof Arnhem.