ECLI:NL:GHARN:2003:AO4273
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- De Boer
- Tjittes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatig handelen gemeente bij terugvordering Ioaw-uitkering
Appellant sub 1 ontving vanaf november 1993 een Ioaw-uitkering als alleenstaande, terwijl hij samenwoonde met appellante sub 2 en werkzaamheden verrichtte als assurantiebemiddelaar. De gemeente stopzette de uitkering in 1999 en vorderde terugbetaling wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding en het niet naleven van de informatieplicht.
Appellanten stelden dat de gemeente jarenlang had getalmd met het stopzetten van de uitkering ondanks eerdere verdenkingen, waardoor de terugvordering onnodig hoog opliep. De gemeente verweerde zich met het standpunt dat de bestuursrechtelijke rechtsgang voldoende waarborgen bood en dat er geen sprake was van nalatigheid.
Het hof oordeelde dat de bestuursrechter het talmen niet heeft betrokken bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het terugvorderingsbesluit en dat de burgerlijke rechter als restrechter deze onrechtmatigheid zelfstandig moet beoordelen. Uit het onderzoek van belastingdossiers in augustus 1998 kon een redelijk vermoeden van fraude ontstaan, maar eerdere verdenkingen waren onvoldoende concreet.
Het hof concludeerde dat appellanten bewust de gemeente op het verkeerde been hadden gezet en dat de gemeente geen verwijt kan worden gemaakt van het vertraagde optreden. De vordering werd ontvankelijk verklaard maar afgewezen. Appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering wegens onrechtmatig handelen van de gemeente wordt afgewezen en appellanten worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.