ECLI:NL:HR:1999:AA3382
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Herrmann
- Van der Putt-Lauwers
- Fleers
- De Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid provincie voor onrechtmatige intrekking Hinderwetvergunningen
De zaak betreft een geschil tussen de Provincie Noord-Brabant en een onderneming over de intrekking van Hinderwetvergunningen. De provincie had het voornemen uitgesproken om de vergunningen in te trekken, wat zij uiteindelijk bij besluit van 3 april 1992 heeft gedaan. Dit besluit werd later vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wegens strijd met de beginselen van zorgvuldigheid en motivering.
De onderneming stelde dat de provincie hierdoor een onrechtmatige daad had gepleegd en vorderde schadevergoeding. De rechtbank wees deze vorderingen toe, en het hof bekrachtigde dit oordeel met aanpassingen in de motivering. De provincie stelde cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de onrechtmatigheid van het intrekkingsbesluit niet automatisch betekent dat ook de voorbereidende besluiten onrechtmatig zijn. De burgerlijke rechter moet de onrechtmatigheid van de voorbereidingshandelingen zelfstandig beoordelen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. Tevens werd de onderneming veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.