ECLI:NL:GHARN:2003:AO4484
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderkorting en alleenstaande-ouderkorting bij co-ouderschap zonder gezamenlijk woonadres
Belanghebbende heeft een dochter met wie hij co-ouderschap voert, waarbij de dochter wekelijks wisselt tussen de ouders. De dochter stond gedurende het hele jaar 2001 ingeschreven op het adres van de ex-echtgenote, terwijl belanghebbende op een ander adres stond ingeschreven.
Belanghebbende vordert kinderkorting en alleenstaande-ouderkorting ondanks het ontbreken van een gezamenlijke inschrijving op hetzelfde woonadres, omdat het volgens hem niet mogelijk is om de dochter op twee adressen in te schrijven en vanwege een slechte relatie met de ex-echtgenote.
Het Hof oordeelt dat de wet (artikelen 8.12 en 8.15 Wet inkomstenbelasting 2001) expliciet vereist dat het kind en de belastingplichtige op hetzelfde woonadres staan ingeschreven voor deze kortingen. Voor de combinatiekorting geldt een uitzondering bij co-ouderschap, maar deze uitzondering is niet van toepassing op de kinderkorting en alleenstaande-ouderkorting.
De wetgever heeft bewust afgezien van een regeling voor co-ouders bij deze kortingen, ondanks erkenning van mogelijke onevenwichtigheden. Het beroep van belanghebbende faalt omdat hij niet voldoet aan de wettelijke inschrijvingseis. Het Hof wijst het beroep af en veroordeelt belanghebbende niet tot proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de inschrijvingseis voor kinderkorting en alleenstaande-ouderkorting.