ECLI:NL:GHARN:2004:AO7443
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- M.C.M. de Kroon
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling prijsgeven vordering en fiscale gevolgen volgens Wet inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende voerde een vordering van ƒ 60.750 aan die ultimo 2001 nog openstond en stelde dat deze vordering was prijsgegeven door de schuldeiser, waardoor het voordeel op grond van artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 vrijgesteld zou moeten zijn.
Het Hof stelde vast dat de vordering sinds eind augustus 1995 niet meer werd afgelost en dat de schuldeiser geen invorderingspogingen meer had ondernomen. Dit leidde tot het oordeel dat de vordering door de schuldeiser was prijsgegeven. Echter, gelet op de gerealiseerde winsten en vermogenspositie van de v.o.f. achtte het Hof de vordering voor verwezenlijking vatbaar.
Daarmee kon het voordeel voortvloeiend uit het prijsgeven niet worden vrijgesteld van belastingheffing. De Inspecteur had het bedrag terecht tot de belastbare winst gerekend. Het Hof wees het beroep ongegrond en bevestigde dat het aandeel van belanghebbende in de winst ad ƒ 36.450 tot zijn belastbare inkomen werd gerekend.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het voordeel van ƒ 60.750 tot de belastbare winst behoort.