ECLI:NL:HR:2005:AU0893
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Vordering onder kwijtscheldingswinst bij verjaring van schuld in inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen uit werk en woning van ƒ 81.450. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd. De zaak betrof de fiscale behandeling van een schuld die door verjaring niet meer kon worden geïnd door de schuldeiser.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de vordering van de schuldeiser voor verwezenlijking vatbaar was ondanks de verjaring. De verjaring had ertoe geleid dat de schuld niet meer kon worden geïnd, wat gevolgen heeft voor de kwalificatie van de kwijtscheldingswinst in de inkomstenbelasting.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van het arrest. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.