ECLI:NL:GHARN:2004:AP1452
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boete wegens onjuiste toepassing verlaagd omzetbelastingtarief op schilderswerkzaamheden
Belanghebbende exploiteert een schilders- en glaszettersbedrijf en paste ten onrechte het verlaagde omzetbelastingtarief toe op schilderwerkzaamheden aan bedrijfspanden en panden zonder de vereiste verklaringen over gebruik en ouderdom. Na een boekenonderzoek over de periode 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 legde de Inspecteur een naheffingsaanslag en een boete van 25% op wegens grove schuld.
Het geschil betrof uitsluitend de opgelegde boete; de naheffingsaanslag werd niet betwist. Het hof oordeelde dat belanghebbende lichtvaardig had gehandeld en dat grove schuld kon worden verweten, ondanks het ontbreken van opzet. De boete werd passend en geboden geacht.
Belanghebbendes beroep op een vermeende toezegging van de controleur om de boete te verminderen werd verworpen omdat deze uitlating te algemeen was om als toezegging te gelden. Ook werden omstandigheden zoals het ontbreken van financieel nadeel voor de Staat en de emotionele belasting van de boete niet als reden tot matiging erkend.
Het hof bevestigde dat de boete correct was opgelegd op grond van de geldende wettelijke bepalingen en dat geen reden bestond tot vermindering of vernietiging. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen schadevergoeding of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van 25% wegens grove schuld wordt ongegrond verklaard.