ECLI:NL:GHARN:2004:AQ2083
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- M.C.M. de Kroon
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- Rechtspraak.nl
Geschil over overdrachtsbelasting en verzuimboete bij uittreding vennoot in vennootschap onder firma
Belanghebbende was in 1992 samen met zijn vader en broer vennoot in een vennootschap onder firma waarin onroerende zaken waren ingebracht. Bij uittreding van de vader in 1999 ontstond discussie over de overdrachtsbelasting die moest worden betaald over het aandeel van belanghebbende in de onroerende zaken, met name de woningen en ondergrond aan de [a-weg 1b en 1c].
De Inspecteur had de overdrachtsbelasting berekend over de volledige waarde van de onroerende zaken zonder rekening te houden met het feit dat de economische eigendom van de woningen bij de vader en broer bleef. Belanghebbende stelde dat alleen overdrachtsbelasting verschuldigd was over de ondergrond en dat de waarde van de woningen verminderd moest worden vanwege het economische eigendom.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk was in beroep ondanks een formele termijnoverschrijding, omdat hij door omstandigheden buiten zijn schuld de uitspraak op bezwaar pas laat had ontvangen. Het Hof stelde vast dat de economische eigendom van de woningen bij de vader en broer berustte en dat de Inspecteur ten onrechte de volledige waarde als maatstaf had genomen. De naheffingsaanslag en de daarop gebaseerde verzuimboete werden daarom vernietigd.
Het Hof veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak bevestigt dat bij overdrachtsbelasting de feitelijke eigendomsverhoudingen en economische eigendom doorslaggevend zijn voor de waardering en heffing.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en de verzuimboete worden vernietigd wegens onjuiste waardebepaling en belanghebbende is ontvankelijk in beroep.