ECLI:NL:PHR:2006:AT7229
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overdrachtsbelasting en waarde economische eigendom bij inbreng onroerende zaken in vennootschap onder firma
Belanghebbende bracht in 1992 onroerende zaken in een vennootschap onder firma (vof) in, waarbij de economische eigendom van twee woningen bij zijn vader en broer bleef. Na het uittreden van de vader uit de vof in 1999 werd de juridische eigendom van de woningen onverdeeld verkregen door belanghebbende en zijn broer. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op gebaseerd op de waarde van de volle eigendom van de woningen, terwijl belanghebbende slechts overdrachtsbelasting betaalde over de waarde van de ondergrond.
Het Hof oordeelde dat de economische eigendom die bij derden berustte een waardeverminderende factor was en vernietigde de naheffingsaanslag. De Hoge Raad stelt echter dat persoonlijke omstandigheden zoals het voorbehoud van economische eigendom aan derden niet in de waardering van de onroerende zaak voor de overdrachtsbelasting mogen worden betrokken. De waarde in het economische verkeer betreft de volle eigendom, ongeacht dergelijke persoonlijke verplichtingen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en handhaaft de naheffingsaanslag. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het opleggen van een boete wegens betalingsverzuim niet op zijn plaats was, omdat belanghebbende op een rechtskundig pleitbaar standpunt handelde. De zaak betreft de uitleg van artikel 9 en Pro 12 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer in samenhang met artikel 15 lid 1 onderdeel Pro e en de waardering van onroerende zaken bij splitsing van juridische en economische eigendom.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt gehandhaafd omdat de waarde van de volle eigendom maatstaf is, ongeacht het voorbehoud van economische eigendom aan derden.