ECLI:NL:GHARN:2004:AQ5620
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Van Loo
- Rank-Berenschot
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid burgerlijke rechter bij geschil over advocatendeclaratie volgens WTBZ
In deze zaak vordert de maatschap [X.] Advocaten betaling van een onbetaald gebleven advocatendeclaratie van Recreatiepark De Byvanck B.V. De rechtbank Zutphen verklaarde zich onbevoegd op grond van de bijzondere rechtsgang in de artikelen 32-40 WTBZ, omdat het geschil zou gaan over de hoogte van de declaratie.
In hoger beroep stelt het hof vast dat de bijzondere rechtsgang alleen van toepassing is op geschillen over de hoogte van de declaratie, niet op andere verweren tegen betaling. De Byvanck heeft diverse verweren aangevoerd, waarvan sommige zien op de hoogte van de declaratie en andere niet.
Het hof oordeelt dat de burgerlijke rechter bevoegd is om eerst die verweren te beoordelen die niet over de hoogte van de declaratie gaan. Pas bij het beoordelen van de redelijkheid van de declaratie kan de bijzondere rechtsgang leiden tot onbevoegdheid. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
De kosten van het hoger beroep worden aan De Byvanck opgelegd. De uitspraak is gedaan door de derde civiele kamer van het Gerechtshof Arnhem op 22 juni 2004.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de burgerlijke rechter bevoegd is om bepaalde verweren te beoordelen.