ECLI:NL:GHARN:2004:AQ8937
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- T.J. Matthijssen
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vermindert belastingaanslag na onvoldoende bewijs loonbelastingbetaling door werkgever
In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het een beroep van belanghebbende tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 1994. De Hoge Raad had het geding terugverwezen aan het Gerechtshof voor nader onderzoek naar de vraag of door de vennootschap over 1994 loonbelasting was voldaan anders dan via verrekening van een naheffingsaanslag.
Belanghebbende stelde dat loonbelasting over 1995 was afgedragen en dat dit bedrag verrekend kon worden met de aanslag over 1994. Echter bracht hij geen bewijs aan dat de vennootschap daadwerkelijk loonbelasting had voldaan in de zin van de verwijzingsopdracht.
De Inspecteur betwistte dit gemotiveerd. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat loonbelasting was voldaan anders dan via verrekening van de naheffingsaanslag. Hierdoor kon slechts een beperkt bedrag van ƒ 2.525 worden verrekend met de aanslag inkomstenbelasting.
Het beroep werd daarom deels gegrond verklaard en de aanslag verminderd. Het Hof kende belanghebbende een proceskostenvergoeding toe van € 140, mede vanwege gemaakte reiskosten en verletkosten voor de zitting. De uitspraak van de Inspecteur werd niet vernietigd omdat deze reeds door de Hoge Raad was vernietigd.
Uitkomst: De belastingaanslag wordt verminderd en belanghebbende krijgt proceskostenvergoeding toegekend.