ECLI:NL:GHARN:2004:AR6526
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Ettema
- mr. Röben
- mr. Monsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag accijns wegens ontbreken naheffingstijdvak
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, kreeg op 16 november 1998 een naheffingsaanslag accijns opgelegd van ƒ 34.027 met een verhoging van honderd procent. Het bezwaar werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, waarna belanghebbende in beroep ging bij het gerechtshof te Leeuwarden. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem.
Tijdens de behandeling stelde het hof vast dat de naheffingsaanslag geen tijdvak van naheffing vermeldde, terwijl dit volgens vaste jurisprudentie een wezenlijk onderdeel van de aanslag is. De inspecteur voerde aan dat accijnzen ook tijdstipbelastingen kunnen zijn, waarbij het tijdstip niet op het aanslagbiljet hoeft te staan, maar het hof oordeelde dat dit niet opging in deze zaak.
Verder bleek dat belanghebbende pas ruim twee jaar na oplegging van de aanslag kennis kon nemen van het FIOD-rapport waarop de naheffing was gebaseerd. Het hof verklaarde het bezwaar alsnog ontvankelijk, vernietigde de naheffingsaanslag en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten. De zaak werd gesloten met een mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De naheffingsaanslag accijns wordt vernietigd wegens het ontbreken van het tijdvak van naheffing.