ECLI:NL:GHARN:2004:AR7669
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel bij ziekenfondsverzekering zelfstandigen na bezwaarprocedure
Belanghebbende was vanaf september 2001 zelfstandige en had in 2001 een negatief resultaat uit onderneming. Hij vroeg in 2002 om een positieve verklaring voor de ziekenfondsverzekering voor 2003, nadat hij telefonisch medegedeeld had gekregen dat dit zou worden toegekend. De Inspecteur gaf aanvankelijk een negatieve verklaring, maar trok deze later in en gaf een positieve verklaring af.
Het geschil betrof de vraag of de negatieve verklaring rechtens juist was en of belanghebbende ook voor 2004 als verplicht ziekenfondsverzekerde moest worden aangemerkt. Het hof oordeelde dat op grond van het vertrouwensbeginsel de verzekeringsplicht die in het kader van de bezwaarprocedure voor 2003 gold, ook voor 2004 geldt.
De Inspecteur mocht niet afwijken van het standpunt dat in het bezwaar was ingenomen, omdat belanghebbende erop mocht vertrouwen dat zijn positie zorgvuldig en weloverwogen was beoordeeld. Het hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en gelastte een verklaring af te geven dat belanghebbende voor 2004 verplicht verzekerd is. Tevens werden proceskosten toegekend.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het vertrouwensbeginsel in bestuursrechtelijke procedures en de stabiliteit van verzekeringsposities voor zelfstandigen.
Uitkomst: Het gerechtshof gelast de Inspecteur een positieve verklaring af te geven dat belanghebbende voor 2004 verplicht ziekenfondsverzekerd is.