ECLI:NL:GHARN:2004:AS2116
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag baatbelasting wegens willekeurige heffing door gemeente Doetinchem
Belanghebbende, eigenaar van bedrijfspanden aan de [a-weg] en [b-weg] te Doetinchem, maakte bezwaar tegen aanslagen baatbelasting die de gemeente had opgelegd ter zake van de herinrichting van de [a-weg]. De gemeente had echter niet alle onroerende zaken die baat hadden bij de herinrichting in de heffing betrokken.
De Verordening baatbelasting van 28 oktober 1999 sloot onroerende zaken uit die bestemd waren als woonruimte, hoewel sommige daarvan feitelijk als bedrijfsruimte werden gebruikt. Het hof stelde vast dat deze uitsluiting leidde tot ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen, wat in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en resulteert in willekeurige belastingheffing.
Het hof oordeelde dat de aanslagen daarom niet verbindend zijn en vernietigde de aanslag. Tevens veroordeelde het hof de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak benadrukt dat de gemeentelijke wetgever onroerende zaken die objectief baat hebben niet buiten de heffing mag laten zonder rechtvaardiging.
Uitkomst: De aanslag baatbelasting wordt vernietigd wegens willekeurige heffing door de gemeente Doetinchem.