ECLI:NL:GHARN:2005:AS5655
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Ettema
- A.W.M. van der Waerden
- Rechtspraak.nl
Keuzelegaat en vruchtgebruiktestament niet gelijk aan wettelijke verdeling voor box 3 vrijstellingsfaciliteit
Belanghebbendes moeder is overleden in november 2000, waarna een testament met een keuzelegaat en vruchtgebruiktestament werd uitgevoerd. Belanghebbende was enig erfgenaam, maar de stiefvader verkreeg het vruchtgebruik en volle eigendom van de nalatenschap, waarbij een schuldvordering aan belanghebbende ontstond. Belanghebbende betwistte de aanslag inkomstenbelasting 2001 omdat hij meende dat de waarde van zijn aandeel in de nalatenschap te hoog was vastgesteld.
In de procedure stelde het Hof vast dat de wettelijke verdeling van de nalatenschap per 1 januari 2003 niet materieel overeenkomt met de testamentaire regeling, waardoor artikel 5.4 Wet inkomstenbelasting 2001, dat een vrijstellingsfaciliteit voor box 3 biedt bij wettelijke verdeling, niet van toepassing is. De waarde van de vordering van belanghebbende moest volgens wettelijke regels worden vastgesteld, rekening houdend met de leeftijd van de stiefvader en het vruchtgebruik.
Het Hof concludeerde dat de aanslag niet te hoog was vastgesteld en dat het beroep ongegrond was. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen sprake was van ongelijke behandeling door de Inspecteur. De proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd op 20 januari 2005 door het Hof Arnhem uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt gehandhaafd.