ECLI:NL:GHARN:2005:AT6086
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kwijtscheldingsverzoek schenkingsrecht bij bedrijfsopvolging wegens ontbreken nauwe relatie tussen overdracht en kwijtschelding
Belanghebbende voerde beroep aan tegen de afwijzing van zijn verzoek om kwijtschelding van het recht van schenking door de Belastingdienst. De zaak betrof een bedrijfsopvolging waarbij een deel van de overnamesom was kwijtgescholden. Het geschil spitste zich toe op de toepassing van de kwijtscheldingsfaciliteit van artikel 26, derde lid, van de Invorderingswet 1990.
Het Hof stelde vast dat de eerste kwijtschelding van een deel van de overnamesom plaatsvond bij dezelfde akte als de bedrijfsoverdracht, waardoor het vereiste nauwe verband aanwezig was. De tweede kwijtschelding betrof echter een restantschuld die pas later, op 6 januari 1998, werd kwijtgescholden en waarvoor een schuldvernieuwing was overeengekomen. Hierdoor ontbrak het nauwe verband tussen de formele overdracht en de kwijtschelding.
Het Hof oordeelde dat de kwijtscheldingsfaciliteit terecht niet van toepassing was verklaard op de tweede schenking en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk was voor het geschilpunt over de waardering van de onderneming. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van de kwijtschelding van het recht van schenking wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een nauwe relatie tussen de overdracht en de kwijtschelding.