ECLI:NL:HR:2007:BA4803
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kwijtscheldingsverzoek schenkingsrecht bij bedrijfsopvolging
Belanghebbende verzocht om kwijtschelding van schenkingsrecht nadat zijn vader een schuld uit geldlening had kwijtgescholden die was ontstaan bij de overdracht van een aandeel in een vennootschap. De ontvanger wees dit verzoek af en het Hof verklaarde het beroep ongegrond.
De Hoge Raad bevestigt dat de kwijtscheldingsfaciliteit van artikel 26, lid 3, Invorderingswet 1990 slechts toepassing vindt op het deel van het recht dat correspondeert met ondernemingsvermogen en dat hiervoor een nauwe relatie tussen overdracht en kwijtschelding vereist is. De parlementaire geschiedenis en beleidsregels ondersteunen dit standpunt.
Omdat de kwijtschelding van de lening niet gelijktijdig met de overdracht in één akte is geregeld, ontbreekt de vereiste nauwe relatie. De beleidsregel die materiële gelijkstelling toestaat, is niet van toepassing bij latere kwijtschelding. Daarom heeft belanghebbende geen aanspraak op kwijtschelding en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding van schenkingsrecht wordt ongegrond verklaard.