ECLI:NL:GHARN:2005:AU2519
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Kwaak
- Houtman
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontneming schone lei wegens werkzaamheden tijdens schuldsaneringsregeling
Appellant was gedurende een wettelijke schuldsaneringsregeling verplicht om alle relevante informatie te verstrekken aan de bewindvoerder en rechter-commissaris. Tijdens deze regeling heeft appellant samen met zijn broer werkzaamheden verricht aan de woning van een derde, werkzaamheden die verder gingen dan een broederdienst en vermoedelijk tegen betaling plaatsvonden.
De rechtbank Almelo had bij vonnis van 4 januari 2005 vastgesteld dat artikel 358 eerste Pro lid Faillissementswet geen toepassing meer vond, waardoor appellant de schone lei werd ontnomen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat hij slechts tien dagen had geholpen zonder betaling en dat hij zijn inlichtingenplicht was nagekomen.
Het hof oordeelde op basis van verklaringen van getuigen en het proces-verbaal van aangifte dat appellant en zijn broer gedurende een langere periode diverse werkzaamheden hadden verricht. Het hof achtte het niet aannemelijk dat dit zonder inkomsten was gebeurd en vond dat appellant zijn verplichtingen niet was nagekomen, onder meer door de bewindvoerder niet te informeren over de werkzaamheden en de aangifte van oplichting.
Het hof concludeerde dat appellant zijn schuldeisers heeft benadeeld en dat de schuldsaneringsregeling daarom terecht is beëindigd zonder verlening van een schone lei. Het hoger beroep werd verworpen en het vonnis van de rechtbank Almelo werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant de schone lei wordt ontnomen wegens het verrichten van niet-gemelde werkzaamheden tijdens de schuldsaneringsregeling.