ECLI:NL:GHARN:2005:AU5049
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Amsterdam
- Matthijssen
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Belastingaftrek verlies vleeskoeienhouderij als bron van inkomen erkend
Belanghebbende staakte in 1999 zijn melkveehouderij en begon met het houden en fokken van vleeskoeien op zijn resterende grond en met de aanwezige roerende en onroerende zaken. In 2000 werd een negatief resultaat behaald uit deze activiteit. Belanghebbende gaf dit aan als inkomsten uit arbeid niet in dienstbetrekking en vorderde aftrek van het verlies.
De Inspecteur betwistte dat het houden van vleeskoeien een bron van inkomen vormde, omdat naar zijn mening geen positieve opbrengsten redelijkerwijs te verwachten waren. Het Hof oordeelde dat belanghebbende het oogmerk had om voordeel te behalen en dat dit voordeel redelijkerwijs te verwachten was, mede gelet op de kwaliteit van de veestapel en de marktomstandigheden.
De stelling van de Inspecteur dat de veestapel afnam en de veestal verouderd was, werd door het Hof niet gevolgd. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, stelde het belastbaar inkomen vast op €7.169 en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het Hof erkent het houden en fokken van vleeskoeien als bron van inkomen en wijst het beroep van belanghebbende toe door het verlies aftrekbaar te verklaren.