ECLI:NL:GHARN:2005:AU6542
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- C.G. Nunnikhoven
- H.W. Koksma
- B.P.J.A.M. van der Pol
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens overtreding Wet toezicht kredietwezen, oplichting en bedrieglijke bankbreuk
Verdachte heeft zich tussen 1 november 1999 en 31 maart 2004 schuldig gemaakt aan het overtreden van artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (WTK), door zonder vergunning gelden aan te trekken op een gereguleerde markt. Tevens is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig maakte aan oplichting door cliënten onjuiste rendementen voor te spiegelen en bedrieglijke bankbreuk door het buiten bereik brengen van gelden van crediteuren.
Verdachte heeft financiële producten als schuldbrieven en later Participatie Rente Rekening (PRR) geïntroduceerd, waarbij zij ondanks aanpassingen en advies van notarissen en advocaten, toch de markttoetredingsbepalingen van de WTK overtrad. De administratie was chaotisch en er was geen deugdelijke verantwoording van de gelden, die deels privé werden besteed.
Het hof verwierp verweren van verdachte zoals afwezigheid van opzet en het una via-beginsel. Het hof achtte bewezen dat verdachte een piramidespelachtige constructie hanteerde waarbij nieuwe gelden werden gebruikt om eerdere beleggers te betalen. De schade voor benadeelden is omvangrijk en diverse vorderingen werden toegewezen, terwijl sommige vorderingen niet ontvankelijk werden verklaard en bij de burgerlijke rechter moeten worden ingediend.
Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren, met aftrek van voorarrest, en opgelegde betalingsverplichtingen aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partijen, met dagvaarding van hechtenis bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en betaling van schadevergoedingen aan benadeelde partijen.