ECLI:NL:PHR:2008:BF5074
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens overtreding Wet toezicht kredietwezen, oplichting en bedrieglijke bankbreuk
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens medeplegen van overtreding van artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen (WTK), meermalen gepleegd, medeplegen van oplichting en bedrieglijke bankbreuk door een rechtspersoon, waarbij zij opdracht tot het feit gaf en feitelijk leiding gaf. De feiten betroffen het aantrekken van gelden van het publiek via een depotregeling en schuldbrieven, waarbij hoge rendementen werden voorgespiegeld zonder daadwerkelijke beleggingen.
De verdachte handelde in de periode van november 1999 tot maart 2004 en maakte gebruik van verschillende constructies, waaronder depotcontracten, schuldbrieven en de Participatie Rente Rekening (PRR). Ondanks waarschuwingen van De Nederlandsche Bank (DNB) en een negatief advies van een advocaat, zette zij de activiteiten voort. Het Hof verwierp het beroep op afwezigheid van alle schuld en rechtsdwaling, mede omdat de verdachte het negatieve rapport had weggestopt en door bleef gaan met de werkwijze.
De vorderingen van meerdere benadeelde partijen werden deels toegewezen, terwijl anderen niet-ontvankelijk werden verklaard wegens niet tijdige voeging. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof, oordeelde dat de verdachte niet gerechtvaardigd kon vertrouwen op het advies van haar advocaat en dat de bewezenverklaring voldoende was gemotiveerd. De straf werd verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.