ECLI:NL:GHARN:2005:AU9157
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rijken
- D.J. van der Kwaak
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Geschil over mededelingsplicht bij verkoop aandelen en bevoegdheid rechter
In deze zaak draait het om een geschil tussen Vadis Logistics B.V. en twee geïntimeerden over de verkoop van aandelen in Special Transport Holding B.V. De geïntimeerden stellen dat Vadis onrechtmatig heeft gehandeld door een aanzienlijke vordering van een werknemer jegens Westerman, een dochtermaatschappij, te verzwijgen, wat een schending van de mededelingsplicht zou zijn. Vadis betwist de bevoegdheid van de overheidsrechter vanwege een arbitragebeding in de overeenkomst.
Het hof stelt vast dat artikel 17 van Pro de overeenkomst wijst op arbitrage, maar dat de latere akte van levering met artikel 10 de Pro bevoegdheid van de overheidsrechter bevestigt. Het hof volgt de uitleg dat partijen uiteindelijk voor de overheidsrechter hebben gekozen, mede vanwege de tekst en context van de documenten en de mogelijkheid tot vernietiging van arbitrale uitspraken slechts in uitzonderlijke gevallen.
Vadis heeft ook aangevoerd dat de vordering verjaard is op grond van een contractuele verjaringstermijn, maar het hof oordeelt dat de brief van de raadsman van geïntimeerden niet als schriftelijke mededeling in die zin kan worden beschouwd. Het hof acht het mogelijk dat sprake is van dwaling en onrechtmatige daad en beveelt een comparitie van partijen aan om nadere inlichtingen te verkrijgen en te onderzoeken of partijen tot overeenstemming kunnen komen.
De comparitie zal ook de aanwezigheid van andere betrokkenen bij de onderhandelingen omvatten. Het hof houdt verdere beslissingen aan en bepaalt nadere procedurele regels voor de comparitie. Het arrest is gewezen door de kamer met drie rechters en uitgesproken op 27 december 2005.
Uitkomst: Het hof verklaart zich bevoegd en beveelt een comparitie voor nadere feitenonderzoek en mogelijke schikking.