ECLI:NL:GHARN:2005:BD5233
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- E.A.K.G. Ruys
- H.Y. Buyne
- A.G. Coumans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoeker wegens handhaving anonimiteit in schadevergoeding na vrijspraak
Verzoekster werd op 29 november 2003 aangehouden en in verzekering gesteld wegens verdenking van openlijke geweldpleging en lokaalvredebreuk. Zij werd op 4 februari 2004 door de rechtbank vrijgesproken. Na onherroepelijkheid van het vonnis verzocht zij op grond van artikel 89 Sv Pro schadevergoeding voor de tijd in verzekering doorgebracht. Tijdens de gehele procedure, zowel bij de rechtbank als het hof, handhaafde verzoekster haar anonimiteit en maakte zij haar persoonsgegevens niet bekend.
Het hof stelde vast dat verzoekster inderdaad de aangehouden persoon was, maar benadrukte dat volgens jurisprudentie van de Hoge Raad een verdachte die anoniem is aangeduid in een rechterlijke beslissing geen rechtsmiddel kan aanwenden zonder bekendmaking van persoonsgegevens. Het hof interpreteert deze regel breder en stelt dat iedereen die in strafvordering een rechtsmiddel gebruikt, zijn identiteit moet bekendmaken, op straffe van niet-ontvankelijkheid.
Het hof oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een uitzondering rechtvaardigen. Bovendien bemoeilijkt het handhaven van anonimiteit een billijkheidsbeoordeling van het verzoek om schadevergoeding. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep gegrond, vernietigde de eerdere beschikking en verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoekschrift.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het handhaven van anonimiteit in het verzoek om schadevergoeding.