ECLI:NL:GHARN:2006:AW2040
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Ettema
- R. den Ouden
- P.M. Van Schie
- Rechtspraak.nl
Verrekening loonbelasting en voorlopige aanslag in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting waarbij geen verrekening had plaatsgevonden van ingehouden loonbelasting. De Inspecteur had een voorlopige aanslag van negatief ƒ 19.704 verrekend met de aanslag, hetgeen belanghebbende betwistte. Het hof stelde vast dat de werkgever daadwerkelijk loonbelasting had ingehouden en afgedragen, en dat de voorlopige aanslag terecht was verrekend.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de betaling van ƒ 26.924 door de werkgever het oogmerk had om de loonbelasting en premie volksverzekeringen over december 1999 af te dragen. Ondanks administratieve onduidelijkheden en een fout in de optelling van bedragen, achtte het hof de verrekening met de aanslag correct. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
De uitspraak bevestigt dat inhouding en afdracht van loonbelasting door de werkgever leidt tot verrekening met de aanslag inkomstenbelasting, ook als administratieve fouten of vertragingen in ontvangst van aangiften spelen. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof vernietigt de bestreden uitspraak en bepaalt dat loonbelasting van ƒ 23.995 terecht is verrekend met de aanslag inkomstenbelasting.