ECLI:NL:GHARN:2006:AW7421
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- F.J.P.M. Haas
- Kampschöer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens intentie tot verhuur pand
Belanghebbende, X BV, ging in hoger beroep tegen een door de Inspecteur opgelegde naheffingsaanslag overdrachtsbelasting over de aankoop van een onroerende zaak op 4 april 2000. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, en het hof bevestigt deze uitspraak.
De kern van het geschil was of de vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15, lid 1, aanhef en letter a van de Wet op belastingen van rechtsverkeer van toepassing was, waarbij de intentie van de verkoper om het pand te verhuren centraal stond. Het hof oordeelde dat het pand al vanaf begin december 1999, dus vóór de levering, aan de huurder Y ter beschikking stond voor werkzaamheden en voorzieningen, wat duidt op een intentie tot verhuur.
Hoewel belanghebbende stelde dat het pand pas in maart 2000 daadwerkelijk in gebruik werd genomen, achtte het hof dit niet relevant voor de beoordeling van de intentie. De naheffingsaanslag bleef daarom gehandhaafd. Proceskosten werden niet toegewezen. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt gehandhaafd omdat het pand reeds ter beschikking stond voor verhuur vóór de levering.