ECLI:NL:GHARN:2006:AY6104
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Fokker
- E.B. Knottnerus
- Wefers Bettink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op salarisverhoging na beëindiging CAO-lidmaatschap werkgever
In deze zaak vordert de werknemer betaling van achterstallige salarisverhogingen die hij niet ontving na het einde van het lidmaatschap van zijn werkgever bij de werkgeversvereniging TLN. De werknemer was van 1990 tot 1996 steeds salarisverhogingen toegekend gekregen op basis van de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg, waarvan de werkgever lid was. Na 1997 was de werkgever geen lid meer en paste zij de oude CAO toe, terwijl de nieuwe CAO nog niet algemeen verbindend was verklaard.
Het hof stelt vast dat de arbeidsovereenkomst verwijst naar de 'van kracht zijnde CAO', zonder tijdsbepaling, waardoor onduidelijk is welke CAO van toepassing is. Het hof oordeelt dat de werknemer redelijkerwijs mocht verwachten dat de automatische salarisverhogingen zouden blijven gelden, omdat de werkgever dit niet expliciet heeft gecommuniceerd en geen mededeling deed over de toepassing van de nieuwe CAO.
Verder oordeelt het hof dat de werknemer correct was ingeschaald in functieloonschaal E en recht heeft op de tredeverhogingen conform de CAO, ook al was de werkgever niet gebonden aan de nieuwe CAO. Het hof wijst het verweer van de werkgever af dat de werknemer niet tijdig bezwaar had gemaakt en bevestigt de toewijzing van de salarisverhogingen. De vordering tot incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, met uitzondering van de incassokosten.
De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Werknemer heeft recht op salarisverhogingen conform CAO ondanks het niet-lidmaatschap van werkgever; incassokosten worden afgewezen.