ECLI:NL:HR:2004:AO7000
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Uitleg van CAO-bepaling in arbeidsovereenkomst bij niet-algemeen verbindend verklaarde CAO
In deze zaak vordert een werknemer betaling van achterstallig salaris, vakantiegeld en overuren over de jaren 1997 tot en met 1999, waarbij discussie bestaat over de toepasselijkheid van de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg in perioden waarin deze niet algemeen verbindend was verklaard.
De arbeidsovereenkomst verwees naar de CAO, maar de werkgever was in bepaalde perioden geen lid van een werkgeversvereniging die partij was bij de CAO, waardoor de CAO niet algemeen verbindend was. De werknemer stelde dat het loon conform de toen geldende CAO moest worden betaald, ongeacht de algemeen verbindendverklaring, terwijl de werkgever betoogde dat alleen de laatstelijk algemeen verbindend verklaarde CAO van toepassing was.
De kantonrechter en rechtbank wezen de vordering toe en bevestigden dat de CAO-maatstaf geldt, maar de Hoge Raad oordeelt dat de uitleg van het beding in de arbeidsovereenkomst niet zonder meer volgens de CAO-maatstaf kan plaatsvinden als de CAO niet algemeen verbindend is. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt dat het beding in een individuele arbeidsovereenkomst, ook als het ontleend is aan een modelcontract bij een CAO, moet worden uitgelegd conform de Haviltex-maatstaf en dat partijen vrij zijn te bepalen welk arbeidsvoorwaardenregime geldt na het verlies van de algemeen verbindendverklaring van de CAO.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling.