ECLI:NL:GHARN:2006:AY9314
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Van Ginkel
- Vaessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over levering bouwrijpe industriegrond en saneringsverplichtingen tussen Cebeco en appellanten
In deze civiele procedure stond de levering van bouwrijpe industriegrond centraal tussen appellanten en Cebeco Meat Products B.V. Appellanten stelden dat Cebeco tekort was geschoten in haar verplichtingen, met name door het niet tijdig saneren van de grond volgens wettelijke eisen en het niet opleveren van de grond in bouwrijpe staat conform de overeenkomst.
Het hof oordeelde dat de sanering voor rekening en risico van Cebeco diende te geschieden volgens de wettelijke eisen en niet slechts volgens het rapport van Klinker. Cebeco had de grond pas na 31 december 1998 gesaneerd, waardoor zij in verzuim was. Appellanten mochten daarom terecht hun medewerking aan de levering opschorten en waren de contractuele boete niet verschuldigd.
Verder behandelde het hof kwesties omtrent het grondpeil, het hekwerk en de erfdienstbaarheid. Het hekwerk maakte geen deel uit van de koop en er was geen verplichting van Cebeco om afstand van de erfdienstbaarheid te verkrijgen. De door appellanten aangevoerde funderingsresten gaven geen aanleiding tot verzuim van Cebeco.
Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en wees de vorderingen van appellanten in reconventie deels toe, veroordeelde Cebeco tot schadevergoeding en tot het treffen van maatregelen om het resterende perceel bouwrijp te maken en over te dragen. De kosten van het geding werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat Cebeco in verzuim was na 31 december 1998, wijst vorderingen van appellanten deels toe en veroordeelt Cebeco tot schadevergoeding en nakoming.