ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1209
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Rijken
- Van Rossum
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stuiting verjaring dwangsommen bij bouwgrondlevering gemeente Apeldoorn
De gemeente Apeldoorn en Koninklijke Reesink N.V. sloten een overeenkomst voor levering van bouwgrond. De rechtbank veroordeelde de gemeente tot levering en stelde een dwangsom in voor elke dag vertraging na een oproep tot medewerking. Reesink maande de gemeente aan tot betaling van dwangsommen, maar de gemeente stelde dat deze vordering verjaard was omdat het beroepschrift van Reesink de verjaring niet had gestuit.
Het hof oordeelde dat het beroepschrift van Reesink tegen besluiten over bouwvergunningen wel degelijk een stuitingshandeling vormde conform artikel 3:316 en Pro 3:317 BW, omdat daarin duidelijk werd gemaakt dat Reesink belang had bij de vergunningdatum vanwege de dwangsommen. Tevens werd geoordeeld dat de bestuursrechtelijke procedure op zichzelf al een stuiting was.
In het incidenteel appel stelde Reesink dat de gemeente al vóór 12 december 2001 dwangsommen had verbeurd. Het hof verwierp dit, maar stelde vast dat de gemeente vanaf 20 december 2001 onvoldoende voortvarend had meegewerkt aan de overdracht, waardoor zij dwangsommen verbeurde over de periode 21 december 2001 tot en met 9 januari 2002. De gemeente werd veroordeeld in de kosten en het vonnis van de rechtbank Zutphen werd bekrachtigd, behalve voor het deel over de periode 21 december 2001 tot en met 9 januari 2002, waarvoor het hof de vordering van de gemeente afwees.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, oordeelt dat het beroepschrift de verjaring stuit en dat de gemeente vanaf 20 december 2001 dwangsommen heeft verbeurd.