ECLI:NL:GHARN:2006:AZ6612
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- Van Amsterdam
- Ettema
- Rechtspraak.nl
Toepassing anoniementarief bij ontbreken loonbelastingverklaring ondanks bekende werknemersgegevens
Belanghebbende exploiteerde in 2001 een uitzendbureau met circa 550 werknemers, waaronder vier specifieke werknemers (A, B, C en D). Voor werknemers A en B ontbraken loonbelastingverklaringen, voor C was de verklaring niet ondertekend en D leverde zijn verklaring pas in juli 2005 in, te laat voor het betreffende jaar.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en boete op wegens het niet toepassen van het anoniementarief bij deze werknemers. De rechtbank stelde de aanslag en boete aanzienlijk lager vast en oordeelde dat het anoniementarief niet toegepast hoefde te worden omdat de namen, adressen en woonplaatsen bekend waren.
In hoger beroep oordeelt het Hof dat de wettelijke systematiek en parlementaire geschiedenis duidelijk maken dat het ontbreken van een geldige loonbelastingverklaring leidt tot toepassing van het anoniementarief, ongeacht het feit dat de gegevens bekend zijn. De naheffingsaanslag wordt daarom deels herzien en de boete vastgesteld op € 990.
Het Hof veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor de behandeling van het beroep bij de rechtbank, wijst het hoger beroep van de Inspecteur toe en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat het anoniementarief moet worden toegepast bij het ontbreken van een geldige loonbelastingverklaring en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.