ECLI:NL:GHARN:2006:AZ6805
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Röben
- Van der Weij
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij faillissementsverzoek op grond van EU-Insolventieverordening
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem geoordeeld over de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek tot faillietverklaring van appellant, die woonachtig is in Duitsland. Het hof stelde vast dat appellant zijn zakelijke belangen beheerde vanuit Duitsland en sinds 2003/2004 geen activiteiten meer ontplooide in Nederland.
De rechtbank Arnhem had appellant op verzoek van Laurob B.V. in staat van faillissement verklaard, maar appellant ging hiertegen in hoger beroep. Hij voerde aan dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 lid 1 van Pro de EU-Insolventieverordening niet bevoegd was omdat het centrum van zijn voornaamste belangen in Duitsland lag.
Het hof bevestigde dat het centrum van de voornaamste belangen bij natuurlijke personen ligt waar zij gewoonlijk het beheer over hun belangen voeren en dat dit voor appellant in Duitsland was. Daarom was de Nederlandse rechter onbevoegd. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Laurob in de proceskosten. Tevens werden de faillissementskosten vastgesteld en ten laste van Laurob gebracht.
Uitkomst: Het hof verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd kennis te nemen van het faillissementsverzoek en vernietigt het vonnis van de rechtbank.