ECLI:NL:HR:2004:AN7896
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling internationale bevoegdheid bij faillietverklaring natuurlijke persoon volgens EU-Insolventieverordening
In deze zaak heeft Fortis Bank verzocht om verzoeker, een natuurlijke persoon woonachtig in België, in staat van faillissement te verklaren. Verzoeker verscheen niet bij de eerste instantie, waarna de rechtbank hem bij verstek failliet verklaarde. Verzoeker kwam in verzet en stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van dat verzet. Het gerechtshof bevestigde de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en bekrachtigde het vonnis.
De kern van het geschil betrof de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van de EU-Insolventieverordening. Het hof stelde vast dat het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt, mede vanwege aanzienlijke belangen in Nederlandse vennootschappen, ondanks zijn verblijf in België. De Hoge Raad oordeelde dat de verordening geen vermoeden inhoudt dat de gewone verblijfplaats het centrum van belangen is bij natuurlijke personen en verwierp het verweer dat België als centrum geldt.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat de rechtbank te Alkmaar terecht relatief bevoegd is verklaard op grond van de Faillissementswet. Ook het verweer dat de oproeping onjuist was, werd verworpen omdat het gebrek was geheeld door het verzet en de vertegenwoordiging in hoger beroep. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de faillietverklaring van verzoeker door de Nederlandse rechter.