ECLI:NL:GHARN:2006:BA8208
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Frankena
- Van der Beek
- Rechtspraak.nl
Openbaar karakter van pad aan [straatnaam B] over perceel [geïntimeerde]
In deze civiele zaak staat centraal of het pad aan de [straatnaam B], gelegen op het perceel van geïntimeerde, een openbare weg is in de zin van artikel 4 Wegenwet Pro. De rechtbank had geoordeeld dat het pad niet openbaar was omdat het niet dertig jaar aaneengesloten voor eenieder toegankelijk was. De gemeente ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
Het hof bevestigt dat het pad sinds 1975 over de gehele lengte van het perceel loopt en vrijelijk toegankelijk is geweest voor iedereen, mede door het gebruik door bewoners van nieuwbouwwoningen aan de [straatnaam C] en [straatnaam D]. De vraag blijft echter of het pad ook in de periode vóór 1975 vrijelijk toegankelijk was.
De gemeente stelde dat het pad ook vóór 1975 door iedereen werd gebruikt, terwijl geïntimeerde betwist dat het pad toen vrijelijk toegankelijk was en stelt dat het gebruik beperkt was tot bestemmingsverkeer met toestemming van de eigenaar. Het hof oordeelt dat het gebruik door bestemmingsverkeer op zichzelf onvoldoende is om het pad als openbaar aan te merken. Omdat onvoldoende bewijs is geleverd om de stelling van geïntimeerde te weerleggen, wordt geïntimeerde toegelaten tot het leveren van bewijs dat het pad vóór 1975 niet vrijelijk toegankelijk was.
De zaak wordt aangehouden voor het horen van getuigen ten overstaan van een raadsheer-commissaris, waarna verdere beslissing zal volgen.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt toegelaten tot bewijslevering over het niet-vrijelijk gebruik van het pad vóór 1975; verdere beslissing wordt aangehouden.