ECLI:NL:GHARN:2006:BC7387
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten raadsvrouw in strafvorderlijke procedure wegens onmogelijkheid voorwaardelijke toevoeging
Verzoeker, vrijgesproken in een strafzaak, diende een verzoek in tot vergoeding van de kosten van zijn raadsvrouw voor de behandeling van een verzoek ex artikel 89 Sv Pro. De Raad voor Rechtsbijstand had ten onrechte een voorwaardelijke toevoeging verleend, terwijl volgens de wetsgeschiedenis van de Wet op de Rechtsbijstand een voorwaardelijke toevoeging niet van toepassing is op strafzaken.
Het hof oordeelde dat verzoeker, gezien het feit dat hij aan de voorwaarden voldoet, als definitief toevoegingsgerechtigd moet worden beschouwd. Hierdoor zijn de kosten van de raadsvrouw voor het verzoek ex artikel 89 Sv Pro niet aan te merken als kosten van een raadsman in de zin van artikel 591a Sv.
Daarom wees het hof het verzoek tot vergoeding van deze kosten af. De beslissing werd genomen na openbare raadkamerzittingen en na kennisname van de conclusie van de advocaat-generaal en overige processtukken.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van de kosten van de raadsvrouw af omdat een voorwaardelijke toevoeging in strafzaken niet mogelijk is.