ECLI:NL:GHARN:2006:BD5259
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- E.A.K.G. Ruys
- H.Y. Buyne
- A. van Waarden
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding advocaatkosten na sepot zonder officier van justitie bemoeienis
Appellant verzocht om vergoeding van advocaatkosten gemaakt naar aanleiding van een verdenking van mishandeling, die door de politie werd geseponeerd zonder dat het proces-verbaal aan de officier van justitie werd verzonden. De rechtbank wees het verzoek af, waarna appellant hoger beroep instelde.
Het hof overwoog dat artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering vereist dat sprake moet zijn van een zaak waarbij ten minste de officier van justitie of een gemandateerde parketsecretaris inhoudelijke bemoeienis heeft gehad. Hoewel de sepotbeslissing in overleg met een politieparketsecretaris en de officier van justitie was genomen, was er onvoldoende bemoeienis om te spreken van een zaak in de zin van dit artikel.
Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek om vergoeding van de advocaatkosten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de beschikking van de rechtbank vernietigd, waarna het hof opnieuw besliste.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vergoeding van advocaatkosten wegens het ontbreken van inhoudelijke bemoeienis van de officier van justitie.