ECLI:NL:GHARN:2006:BE9326
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- E.A.K.G. Ruys
- A. van Waarden
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek tot schadevergoeding na intrekking hoger beroep
Appellant was bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank vrijgesproken van het ten laste gelegde. De officier van justitie stelde hoger beroep in, maar trok dit later in, waardoor de strafzaak zonder strafoplegging werd beëindigd.
Op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet een verzoek tot schadevergoeding binnen drie maanden na het einde van de strafzaak worden ingediend. Deze termijn begon te lopen op de dag dat het hoger beroep werd ingetrokken, de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde ging.
Appellant diende het verzoekschrift pas één dag na het verstrijken van deze termijn in. Het hof oordeelde dat het verzoek daardoor niet-ontvankelijk was en bevestigde de eerdere beschikking van de rechtbank die dit had vastgesteld.
De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof Arnhem op 23 oktober 2006, waarbij de niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot schadevergoeding werd bevestigd met verbeterde motivering.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.