ECLI:NL:GHARN:2006:BE9326

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
23 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AVNR: 10900
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek tot schadevergoeding na intrekking hoger beroep

Appellant was bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank vrijgesproken van het ten laste gelegde. De officier van justitie stelde hoger beroep in, maar trok dit later in, waardoor de strafzaak zonder strafoplegging werd beëindigd.

Op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet een verzoek tot schadevergoeding binnen drie maanden na het einde van de strafzaak worden ingediend. Deze termijn begon te lopen op de dag dat het hoger beroep werd ingetrokken, de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde ging.

Appellant diende het verzoekschrift pas één dag na het verstrijken van deze termijn in. Het hof oordeelde dat het verzoek daardoor niet-ontvankelijk was en bevestigde de eerdere beschikking van de rechtbank die dit had vastgesteld.

De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof Arnhem op 23 oktober 2006, waarbij de niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot schadevergoeding werd bevestigd met verbeterde motivering.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE ARNHEM
Pkn: 06-060411-02
Avnr: 10900
Het gerechtshof Arnhem heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door
[naam appellant],
geboren te op [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres appellant],
hierna te noemen appellant.
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Zutphen van
21 april 2006 houdende de niet-ontvankelijk verklaring van appellant in zijn verzoek ex artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Het hof heeft gehoord in openbare raadkamer van 11 september 2006 de advocaat-generaal en appellant, bijgestaan door mr [naam raadsman], advocaat te
[plaatsnaam].
Het hof heeft kennis genomen van:
- het verzoekschrift van appellant, ingediend op 17 augustus 2004 ter griffie van de rechtbank Zutphen;
- het proces-verbaal van de behandeling van het verzoek door de rechtbank;
- voormelde beschikking van de rechtbank;
- de Akte rechtsmiddel van 3 mei 2006 opgemaakt door de griffier van de rechtbank te Zutphen, waarbij namens appellant hoger beroep werd ingesteld tegen voormelde beschikking;
- de overige zich in het dossier bevindende stukken.
OVERWEGINGEN
1. Het appel is tijdig ingediend en is in zoverre ontvankelijk.
2. De advocaat-generaal en de raadsman hebben beiden geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking waarvan beroep.
3. Bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank te Zutphen van 13 april 2004 is appellant vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Het op 14 april 2004 door de officier van justitie tegen dit vonnis ingestelde hoger beroep, is op 18 mei 2004 ingetrokken. De zaak is derhalve geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
4. Op grond van het bepaalde in artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet een verzoek tot vergoeding van schade worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de strafzaak.
5. Een strafzaak eindigt onder meer op de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, in casu 18 mei 2004. Vorenbedoelde termijn van drie maanden is derhalve geëindigd op 16 augustus 2004.
6. Het verzoekschrift van appellant is op 17 augustus 2004 ingekomen ter griffie van de rechtbank te Zutphen en derhalve niet ingediend binnen drie maanden na het beëindigen van de zaak.
7. Het hof zal gelet op het hiervoor overwogene de beschikking waarvan beroep, met verbetering van de gronden, bevestigen.
BESCHIKKENDE
Het hof:
- bevestigt, met verbetering van de gronden als hiervoor overwogen, de beschikking waarvan beroep.
Deze beschikking is gegeven te Arnhem door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter,
A. van Waarden en P.H.A.J. Cremers, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr D. Mientjes, griffier, ondertekend door de voorzitter en de griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 23 oktober 2006.