ECLI:NL:GHARN:2006:BG6049
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- E.A.K.G. Ruys
- A.E. Harteveld
- A.G. Coumans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek artikel 591a Sv wegens samenhangende strafzaken
Appellant was aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van diefstal met geweld, waarvoor hij voorlopige hechtenis kreeg opgelegd. Tijdens het politieonderzoek bekende hij een tweede diefstal, welke in hetzelfde dossier werd verwerkt. De officier van justitie trok de dagvaarding voor het eerste feit in en vervolgde alleen de tweede diefstal, waarvoor appellant werd veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf.
Appellant verzocht op grond van artikel 591a Wetboek van Strafvordering om vermindering van de duur van de voorlopige hechtenis, stellende dat het eerste feit een afzonderlijke zaak vormde. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk, wat appellant aanvocht in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat beide feiten als één zaak moeten worden beschouwd, omdat zij voortvloeiden uit hetzelfde onderzoek en in één strafdossier waren opgenomen. De voorlopige hechtenis was gegrond op het eerste feit, dat onderdeel was van dezelfde zaak als de tweede diefstal waarvoor de straf werd opgelegd. Daarom bevestigde het hof de niet-ontvankelijkheid van het verzoek.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het verzoek omdat beide verdenkingen als één zaak worden beschouwd.