ECLI:NL:GHARN:2007:AZ8211
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep rijden zonder geldig rijbewijs met beroep op rechtsdwaling verworpen
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 22 juli 2004 te Nijmegen reed zonder geldig rijbewijs, in strijd met artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Hij voerde in hoger beroep aan dat hij zich op rechtsdwaling beriep, omdat hij op grond van een uitlating van een Nederlandse politiefunctionaris en een bericht dacht dat hij met zijn Armeense rijbewijs in Nederland mocht rijden.
Het hof oordeelde dat deze uitlatingen onvoldoende gezag hadden en dat verdachte niet had nagegaan bij een bevoegde instantie zoals de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Bovendien was de uitzondering van artikel 108, eerste lid onder g, WVW 1994 niet meer van toepassing omdat verdachte zich langer dan 185 dagen in Nederland had gevestigd. Het hof verwierp het verweer van overmacht en rechtsdwaling.
Het hof verklaarde het bewezenverklaarde strafbaar en veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke hechtenis van een week en een geldboete van €150, met een proeftijd van twee jaar. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke hechtenis van één week en een geldboete van €150 wegens rijden zonder geldig rijbewijs.